Littekenweefsel is een blijvend zichtbare afwijking die blijft na genezing van een wond.
Bij genezing van een wond wordt de verbroken continuïteit van het orgaan hersteld door vorming van bindweefsel, dat op microniveau niet meer dezelfde organisatie heeft als het oorspronkelijke weefsel en dus meestal een zichtbare afwijking zal vormen. Deze afwijking noemen we littekenweefsel.
Chirurgen proberen littekenweefsel zo onopvallend mogelijk te houden door te snijden langs de splijtlijn van de huid en door de ontstane wondranden netjes tegen elkaar te leggen door middel van hechtingen, zodat de hoeveelheid te vormen bindweefsel om de wond te laten genezen minimaal is. Bij grote open wonden, en bij weefseldefecten, of bij complicaties zoals infectie wordt het litteken meestal groter. Dit is niet altijd te vermijden: 'de chirurg maakt de snee, maar de natuur maakt het litteken'.
Soms is een litteken wat verheven: de huid is daar wat dikker. Men denkt daarom vaak dat littekens sterk zijn. Dat is niet waar: een litteken zal nooit de sterkte van de oorspronkelijke huid evenaren.
Bij primitieve volkeren wordt de overmatige littekenvorming bij bepaalde soorten wonden wel eens gebruikt om opzettelijk lichaamsversieringen aan te brengen, door sneetjes te maken en daar aarde of as in te wrijven.
Afkomstig van: Wikipedia



